Indiegangers.nl

Een beknopt stukje geschiedenis

 

Nederlands Indië was een Nederlandse Kolonie die het gebied omvatte wat nu Indonesië is. Na 1800 werden de gebieden officieel Nederlands-Indië.De Indonesische archipel is al vanaf de prehistorie door mensen bewoond. Voordat de Nederlanders kwamen hadden zich er al vele rijken gevestigd maar zijn er evenveel weer vergaan. 
Vanaf de 14e eeuw ontstonden er, onder invloed van de Arabieren moslimstaten.In 1511 veroverden de Portugezen Malakka en Molukken In 1580 is Portugal onder de kroon van Spanje gekomen.

Spanje was in oorlog met de Nederlanden en legde in 1585 beslag op vijandige schepen in de Portugese havens. De noodzaak voor de Hollanders om zelf op de Indonesische archipel te gaan varen werd hierdoor versterkt.Pogingen om via de Noordelijke-ijszee Indonesië te ontdekken mislukten, waarna in 1595 vier koopvaarders vanaf Texel voor het eerst, ondanks veel tegenslag, de archipel bereikten.

In 1603 voer de eerste volledig uitgeruste vloot uit, die al spoedig in conflict kwam met de Portugezen. Er werd er naar een centrale plaats gezocht die kon dienen als opslagplaats en als "rendez-vous" voor dejan_pieterszoon_coen schepen. Onder Gouverneur-Generaal J.P Coen werd het huidige Jakarta uitgekozen en werd die plaats in 1619 omgedoopt in Batavia.De archipel van het voormalige Nederlands-Indië was niet één geheel maar bestond uit eilanden en eilandengroepen die onderling zeer van elkaar verschilden.

 

De Nederlanders concentreerden zich in de 17e en 18e eeuw vooral op de Molukken en Java. De VOC sloot contracten met de lokale hoofden en betaalden met rijst, textiel en wapens.Rond 1825 werden er op Java grote opstanden onder leiding van de inheemse nationalistische leider Diponegoro door de Nederlanders bestreden. Na een zware strijd die aan beide kanten veel slachtoffers eiste, werd Diponegoro verslagen. Deze strijd wordt ook wel de Java-oorlog genoemd.

 

Dippo_NegNa deze oorlog kwam Java bijna geheel onder directe Nederlandse heerschappij te staan. Alleen de vorsten van Jogjakarta en Soerakarta bezaten nog enkele Javaanse gebiedsdelen. Op de andere eilanden, waar de opstanden gewoon door gingen, bezat Nederland wel een aantal gebieden en steden. 
In 1861 vond de toenmalige Nederlandse minister van Koloniën het welletjes.

 

Nederland moest of weg gaan uit Indië of het geheel onder zijn heerschappij brengen. Ze waren niet alleen bang voor de inheemse bevolking, maar ook vreesden ze dat andere westerse landen hun koloniën wilden inpikken (wat vrij makkelijk was vanwege het zwakke Nederlandse bestuur). 
Het Knil (Koninklijk Nederlands Indische Leger) ging toen de andere eilanden in Indië geheel veroveren en ze zorgden er voor dat de Nederlanders de gebieden goed onder controle hadden. Zo werden Sumatra, Borneo en Celebes Nederlandse koloniën. Ook de gehele eilandenreeks van Bali tot en met West-Timor werd onder Nederlandse regering geplaatst.



In de jaren 1898 tot 1904 werd, na verschillende vruchteloze pogingen vanaf 1873, één van de laatste gebiedsdelen Atjeh op Sumatra veroverd onder leiding van de Militair gouverneur van Atjeh J.B. van Heutsz. Tot ongeveer 1909 werden nog militaire campagnes uitgevoerd. 
Tijdens de Tweede wereldoorlog gaven de Nederlandse strijdkrachten zich op 8 maart 1942 over en werd Nederlands-Indië door Japan bezet. Hierdoor kwam een einde aan het Nederlandse koloniale gezag. 
De Nederlanders werden door de Japanners naar krijgsgevangene- of interneringskampen gebracht. Het bestuur werd overgenomen door de Japanners. 
De Japanners gebruikten de nationalistische Indonesische beweging om de inlandse bevolking aan haar kant te krijgen. Als het Indonesische volk de Japanners zou helpen, beloofden zij een onafhankelijk Indonesië. In 1942 gaf het Nederlandse koloniale leger zich over.


Tijdens de Japanse bezetting werd de kritiek op Nederland versterkt door anti-westerse propaganda van Japan.Op 15 augustus 1945 capituleerde het Japanse leger. Twee dagen later riepen twee Indonesische leiders Soekarno en Hatta, de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. 
In juli 1947 en december 1948 vonden twee gewapende acties plaats. Ze werden door de Nederlandse regering politionele acties genoemd. De actie van 1947 was militair wel een succes, maar de leiders van de onafhankelijke Republiek Indonesië waren er niet mee ten val gebracht. In 1948 werden de leiders Hatta en Soekarno wel gevangen genomen. Andere landen, zoals de Verenigde Staten, hadden veel kritiek op deze acties van Nederland. De toenmalige Nederlandse regering zette daarop de acties stop.

 

Nawoord: Deze terugkeer is niet bepaald door een militaire noodzaak maar op politiek en internationaal niveau. Het is noodzakelijk dit vast te stellen. Niet als een verwijt aan de aansprakelijken voor deze uitkomst, maar als verantwoording tegenover de strijdkrachten, die slechts een instrument in hun handen waren.Nooit is groter wissel getrokken op de zelfbeheersing, de discipline, het moreel, het rechtvaardigheidsbesef van soldaten dan onder de omstandigheden, waarin zij buiten hun wil en overtuiging jarenlang gedwongen werden langs de demarcatielijnen van Indonesië.

 

Omstandigheden die hen tot machteloosheid doemden, terwijl zij dagelijks werden geprovoceerd en aangevallen en in staat zouden zijn daar ogenblikkelijk een einde aan te maken. Zij, die dit miskennen en een beschuldigende vinger wijzen naar incidenten, die zich inderdaad wel eens voordeden of voorvallen waarop kritiek gerechtvaardigd is, zij vergeten of weten misschien niet hoè zwaar, hoe bijna bovenmenselijk de opdracht aan deze strijdkrachten is geweest, die óók maar uit doodgewone mensen bestonden. 

 

En zij verliezen uit het oog, dat waar de discipline of het moreel eens gefaald mocht hebben, er slechts sprake was van uitzonderingen die niet typerend waren voor discipline en moreel van deze strijdkrachten.Buitenlandse correspondenten, die uit eigen waarneming oordeelden over deze mannen en die als werktuigen in het spel van internationale politieke krachten werkelijk niet altijd de Nederlandse zaak waren toegedaan, hebben meermalen het leger onomwonden de hoogste lof toegezwaaid. Ook de militaire waarnemers van de Commissie van Goede Diensten hebben altijd unaniem een gunstig oordeel gehad over houding en optreden van dit leger. 

 

Zij zagen met eigen ogen hoe maanden- en maandenlang deze mannen aan de demarcatielijnen het bloed onder de nagels vandaan werd getart, deze simpelen zonder begrip of gevoel voor hogere politiek en diplomatie, alleen maar verlangend naar „eerlijk spel".Meer hierover te zeggen, zou als een pleidooi klinken en niets zou meer in strijd zijn met de waardigheid van deze strijdkrachten dan een pleidooi.